Buurtbalans

De werkwijze Buurtbalans helpt om problemen in kwetsbare buurten adequaat en in samenhang aan te pakken. Door de beschikbare informatie en kennis over de buurt met elkaar te delen kom je tot een scherpere analyse en nieuwe inzichten. Het levert tijd op, als je weet wat er speelt en je samen kunt werken aan stevig onderbouwde doelen. Zo beteken je meer voor de Amsterdammer en maak je je werk leuker.

Iedereen kan met Buurtbalans beginnen. Het is niet ingewikkeld en we helpen je graag.

Stappenplan

Tijdens Buurtbalans kom je enkele malen met andere professionals bijeen en doorloop je zes stappen. Stap 1 is de voorbereiding op de start. Tijdens stap 2 t/m 4 werk jullie aan een analyse. Bij stap 5 bepaal je samen de gewenste resultaten. Stap 6 is de evaluatie van wat er is bereikt en je kijkt vooruit. In het Stappenplan staat voor elke stap duidelijk het doel, de vorm en de benodigdheden beschreven.

Let wel: het Stappenplan is bedoeld als inspiratie en hulpmiddel. Het is geen blauwdruk. Hoe je met Buurtbalans aan de slag gaat, hangt af van het contact met andere professionals in de buurt en van de complexiteit van de problemen. Ken je elkaar redelijk goed en werk je al samen? Dan zullen jullie het ook sneller eens worden over Buurtbalans. Hebben jullie nog weinig contact? Dan is er misschien wat meer voorbereiding en tijd nodig.

Hou het klein

Wat betreft de complexiteit van de problemen: we adviseren om de scope van Buurtbalans redelijk klein te houden en samen het doel af te bakenen. Soms is sprake van een haast onontwarbare kluwen aan problemen. Kies dan samen één probleem en los dat op. Het motiveert als je op korte termijn resultaat boekt. In een nieuwe fase kun je dan een volgend probleem aanpakken.

…en hou de vaart erin

Niet per se doorloop je tijdens één bijeenkomst één stap. Soms kun je twee stappen in één sessie doorlopen, soms zijn meerdere sessies nodig voor één stap. Met elkaar bepaal je hoeveel tijd er nodig is voor de voorbereiding op de volgende bijeenkomst. Bij voorkeur verstrijkt er niet te veel tijd, denk aan 3 tot 4 weken tussen de bijeenkomsten. Zo hou je de vaart erin en hou je de voortgang vast. Met te lange tussenpozen bestaat het risico dat de groep het momentum verliest.